• Home
  • Chris
  • Maartje
  • Pim
  • Bas
  • Tom
  • Travel
  • Palm
  • Opmerkingen theorie motor-examen

    Hier een lijstje van wat aantekeningen die ik gemaakt heb bij het leren van m'n theorie-examen. Ik had al rijbewijs B, dus een hoop dingen vond ik al logisch. De niet-logische dingen probeer ik hier op te schrijven.

    Veel aantekeningen komen van het fout of met twijfel beantwoorden van de oefenexamens. Het boek met 750 vragen is erg nuttig, omdat je er veel flauwe dingen in tegen komt. Een aantal nummers verwijzen naar de foto in het vekabest theorie-examenvragen boek.

    Mijn woordkeuze is misschien vaak wat compact. Als het niet duidelijk is, mail me en ik zal proberen het duidelijker te maken. Maar het bleek nogal een flinke lijst te zijn.

    • Plaats op de weg
      • Bochten
        • Bij bocht naar rechts dicht tegen de middenstreep aan rijden voor de bocht begint.
        • In bochten naar links niet met hoofd over de streep van het midden van de weg komen.
        • Bocht naar links begin je rechts in je rijstrook.
        • Bocht naar links blijf je redelijk rechts rijden.
        • Iets links van het midden in een flauwe bocht is goed.
      • Voorsorteren
        • Bij een tweerichtingsverkeerweg "voorsorteren" om linksaf te gaan niet te dicht op de lijn staan.
        • Bij links voorsorteren ruimte overlaten voor een bus die de weg op wil.
        • Op een gevaarlijke kruising is de juiste positie voor linksaf het midden van je rijstrook.
      • Iets links van het midden is bij rechtdoor gaan goed.
      • Bij rood verkeerslicht niet op de fietsstrook gaan staan.
      • Als je rechts niet langs een tram kan mag je er links langs, maar wel voorzichtig doen!
      • Bij eenrichtingsverkeer mag je aan beide kanten parkeren.
      • Je moet ruim om fietsers heen. Maar als de fietser heel erg rechts fietst, hoef je niet op de andere strook te rijden.
      • Als je naar rechts wilt afslaan, en er is een fietsstrook met onderbroken streep, moet je op die strook gaan rijden als je geen fietsers hindert en wel ander verkeer dat rechtdoor wil.
      • In en uitvoegen
        • Bij verlaten snelweg midden op de rijstrook blijven rijden.
        • Een beetje rechts van het midden mag wel als de uitvoegstrook smal is. Het hoeft voor het blote oog niet zichtbaar te zijn dat het een smalle rijstrook is. Helaas.
        • Bij invoegen op weg moet je ervoor zorgen dat je een ruime afstand tot je (aanstaande) voorganger hebt.
    • Voorrang
      • Als mensen een tram uitstappen op een plek waar een vluchtstrook is hebben ze geen voorrang op langsrijdend verkeer. (Geen vluchtstrook? Dan wel!)
      • Voetgangers op verharde weg hebben geen voorrang op motor die op onverharde weg rijdt.
      • Elke bus die in de bebouwde aangeeft dat 'ie weg wil rijden heeft voorrang.
      • Als een bus niet knippert bij een bushalte in de bebouwde kom, heeft de bus ook geen voorrang.
      • Korte bocht gaat voor lange bocht, ook als er een stopbord staat. Dus als er een tegenligger is die dezelfde kant op wil als jij, dan hebben stopborden geen invloed op de voorrangsregeling.
      • Begeleiders van paarden op een voorrangsweg hebben voorrang.
      • Verkeer op uitvoegstrook heeft voorrang op verkeer dat die uitvoegstrook op wil.
      • Personen die in de buurt van een zebrapad de indruk geven dat ze over willen steken hebben voorrang.
      • Bij wegrijden ook rekening houden met voetgangers die de weg over willen steken. Alles voor laten gaan dus!
      • Bij het kruisen van ander verkeer (omdat tegenligger net als jij naar links gaat), hoef je die tegenligger niet voor te laten gaan, want je kan tegelijk!
    • Inhalen
      • Bij zebrapad niet inhalen.
      • Een auto die voor links staat voorgesorteerd op een tweerichtingsverkeerweg mag je rechts inhalen.
      • Bij het invoegen op invoegstrook moet je een auto die wil uitvoegen niet meer rechts inhalen.
      • Inhaalverbod geldt ook voor motoren (ook al staan er auto's op de borden)
      • In een "overzichtelijke" bocht naar rechts mag je fietsers inhalen (als de belijning aangeeft dat het gevaarlijk is).
      • Ruim om geparkeerde auto's heen rijden. Als er geen lijnen op de weg zijn mag je behoorlijk in het midden van de weg rijden.
      • Bij het aankomen op een rotonde (voor half/driekwart rond) is het midden de juiste plek.
    • Regels
      • Snelheden op het asfalt zijn maximum snelheden
      • Een bus/vrachtwagen in een bocht moet je veel ruimte geven.
      • Zodanig stoppen dat een tegenliggende bus een bocht kan nemen is goed.
      • Motoren mogen niet slepen en niet gesleept worden.
      • Motoren hoeven bij pech niet de alarmlichten te laten branden.
      • Een doorgetrokken gele lijn langs een weg is een stopverbod.
      • Profiel van banden moet minimaal 1 mm zijn.
      • Je mag om drempels heen rijden maar met geringe snelheid.
      • Over drempels heen moet je snelheid ook laag zijn (20 km/h)
    • Algemeen
      • Praatpaal is multifunctioneel. Ook politie en hulpdiensten zijn bereikbaar.
      • Geel/rode schuine strepen achterop vrachtwagen geven aan dat er geen aanhanger is. Check this
      • Gele rechthoek met rode rand er omheen zit aan de achterzijde van een vrachtauto met aanhanger of trekker met oplegger.
      • Motoren hoeven niet APK gekeurd te worden
      • In de bebouwde kom moet je 's nachts een goede parkeerplek zoeken. Dan heb je geen licht nodig.
      • Niet binnen 5 meter van een oversteekplaats parkeren.
      • Niet te dicht bij een voorrangskruising parkeren.
      • Bij alle richtingsveranderingen moet je richting aangeven. Ook als de voorrangsweg een hoek om gaat.
      • Bij korte invoegstrook met motor niet aan het begin wachten op een invoegmogelijkheid. Gewoon gaan, er is vast een plekje.
      • Op het eind van een invoegstrook wachten op een plek is niet veilig.
      • Bij pech op een autoweg in de berm gaan staan.
      • Heel ver in de berm en rechts van je motor gaan staan.
      • In parkeergebieden mag je schuin gaan staan als er geen vakken zijn aangegeven.
      • Een weg waar je niet in mag telt toch als "eerste gelegenheid" en dan mag je dus niet de eerste gelegenheid links.
    • Lopen met motor
      • Je mag met motor aan hand op onverplicht fietspad lopen als er geen voetpad in de buurt is (je bent dan wandelaar).
      • Voetgangers (en mensen die met een motor lopen) mogen over fietspad lopen als er geen trottoir of voetpad is.
    • Keren
      • Op een autoweg mag je niet keren.
      • Op normale wegen mag je wel keren.
    • De weg vragen
      • Je mag op een rijstrook stoppen om de weg te vragen.
      • Maar niet als het een stoep is.
      • Ook niet als er een stopverbod is.
      • Ook niet als er een parkeerverbod is.
    • borden
      • Een bord dat opspattende steentjes aangeeft, geeft niet aan dat het een slecht wegdek is.
      • Verbod voor bromfietsen geldt niet voor motoren.
      • Hobbels in de weg vormen een slecht wegdek.
      • Slipgevaar borden gelden normaal ook bij een droog wegdek.
      • Een bord dat een helling naar beneden aangeeft geeft geen helling aan, maar een daling!
    • Passagiers
      • Mogen op- en afstappen bij bushalte
      • Moeten dicht tegen de bestuurder aan zitten en een helm op hebben. (155)
      • Passagier moet z'n armen om de bestuurder heen houden! (567)
      • Moeten in een bocht aan de binnenzijde meekijken als ze meekijken.
      • Mogen op- en afstappen bij een onderbroken gele stippellijn naast de weg.
    • Zijspan
      • Passagier in zijspan moet ook een helm op.
      • Kenteken hoeft niet ook ook op de zijspan te staan.
    • Rijden in groep
      • In groep onderling afstand houden
      • Iedereen moet apart invoegen.

    Overig:

    • De weg vragen valt onder parkeren. Alleen het direct op- en afstappen valt onder stoppen. (En het afgeven van een pakje, maar dat vind ik raar).

    Website hosted on servage.net, see more information.